home biblio expo links

 

1983 DE WC terug naar teksten

Op maandag 26 september 1983 om 2 uur 's middags kreeg ik van Hank Hakkema een harde stomp op mijn neus. Ik ga hem gerechtelijk vervolgen. Wat zal hij een spijt krijgen van zijn brutaliteit. Ik ben beledigd, vernederd door een Ternaardse disco, vijftiger jaren puntschoen met wijdebroekdreumes die zijn zelfbewustzijn bij de boksschool heeft laten opbouwen. Ja, dat gilt zich uit, o nee niet vanwege de klap. Nee, maar omdat ik vanwege alle nakomende en escalerende ellende er niet met een knuppel op in mocht rammen, zijn gezicht wegslaan met het harde zware hout. De genotvolle weerstand voelen als de zwiep zijn hoogste snelheid heeft bereikt. Daarvoor moet de sukkel boeten. Omdat het in mijn lichaam omhoog joelende gekrijs om wraak niet als honden een prooi toe geworpen mag worden. O, duivelse wetten die mij beschermen. Ik zal jullie onverbiddelijk laten toepassen, met uiterste nauwkeurigheid de zaak laten onderzoeken en met maximale dwang laten vergelden (ja, financieël regelen wil ik dit) wat mij is aangedaan. De zege laat nog op zich wachten maar de barbarij zal overwonnen worden! En Gardema, die schijnheilige lul die krijgt van mij geen stuiver huur meer voordat Pieter Hakkema met zijn fascistische stomme schoenenkop de deur die mijn toegang geeft tot mijn wc weer open maakt. Deze schijtlijster van een miserabele dumphandelaar heeft mij mijn toilet ontnomen, een toilet dat ik al jaren huur als behorend bij mijn atelier. De deur dicht getimmerd en mij maar verder laten barsten. Daarvoor zal ik de schurk wel krijgen. Gardema kan fluiten naar zijn huur en zal dus wel bij Pieter gaan zeuren. En ik spaar ondertussen mooi wat uit. Ik laat niet over mij lopen, hou ik mijzelf steeds voor. Een bom, een bom, een verwoesting wil ik aanrichten, klein libanon creëren, de dumptent opblazen. Ja ik wil, ik eis een militaire oplossing voor dit probleem. Geldbuiters zijn het, die handelaren altijd schijt om hun waar, hun handel. “Die deur naar van de Werken moet dicht.” “Ik heb geen kontrole over wie er komt en gaat.” “Dat loopt maar in mijn winkel” “Wie weet wat voor tuig er allemaal maar bij mij in mijn winkel kan komen om hier alles weg te stelen”
En inderdaad.., hoe bestaat het.., de kas werd geroofd op maandag 26 september. O, doorgestoken kaart.., nooit zijn de dumpers er op maandag, want maandag is geen winkeldag. En uitgerekend nu de kas gestolen is, uitgerekend nu de kas zelfs intern.., “dit is intern gebeurt” geleegd is, nu zijn zij daar ineens in de ochtend al. Politie erbij.., ik kwam niets vermoedend bij teunis de trap af en schrok me lam van zo'n politie die stiekem in de winkel beneden aan het loeren was naar sporen, voor de vorm natuurlijk, alleen voor de vorm, want de roof, de aanslag op het handelskwartier was immers een interne zaak. De deur, de deur! klonk het al. Ik hoorde het althans al in mijn hoofd. Het geroep om de deur die dicht gespijkert ging worden. Een jaar geleden zowat had ik dat ook al eens meegemaakt toen hadden ze een briefje op de deur van het toilet geplakt met daarop, dat als het toilet nu niet door ons schoon gemaakt zou gaan worden de deur dan zou worden toegespijkerd. Ik schreef daar toen met zwier bij dat het mij speet van het toilet dat ik natuurlijk zou schoonmaken maar dat toilet door mij van Gardema gehuurd werd en dat er dus aan spijkeren niet viel te denken. Dat schrok ze kennelijk zo af dat het briefje verdween met het gezeur.
Maar nu hadden de Hakkema's (ik denk steeds aan hielen en aan likken als ik die jongens zie) er dan toch wat op gevonden. Ik zie ze al zweren bij elkaar in het donkere kot daar in Ternaard, Pieter de Oudste: maandag bellen we plietsie dat de kas gestolen is en daarna slaan wij die deur dicht klaar uit... en die van Panhuis Teun die werken wij er ook uit nou! kleer!
Ik groete hem notabene, en hij mij ook verduiveld die maandag, terwijl hij wist dat hij de deur naar mijn toilet ging dichtmaken. Huichelaar. Die kistkop. O, wat een kop heeft die knaap. En rare lippen. Eigenlijk te groot voor zijn kop. Hij moet ze in allerlei vormen trekken willen ze niet in het wildeweg gaan hangen. Hè, nee een antipatieke pummel hoor, die pieter. De deur ging dus dicht. Ik hoorde het al boven waar ik een krant zat te lezen en tegelijk kwam Anetta naar boven om te zeggen dat ze de deur aan het dichtspijkeren waren. De drift stak op en ik rende naar beneden waar ik mij met volle vaart op de deur wierp. Hij sloeg open en de twee kleine Hakkema's werden achteruit geworpen met barricadehout en al.
Dat konden de ettertjes niet verkroppen, juichend hadden zij de deur mogen vergrendelen, eindelijk de duivel van achter kunnen uitsluiten van het strontgat, en daar werden zij door dien duivel zelf in hun grote taak nog gedwarsboomd. Midden trof neefje Hakkema zijn vuist mij in het gezicht, mijn bril sloeg af. Het glas brak op de grond. Ik zei “Daar zul je spijt van krijgen”