home biblio expo links

 

1983 DE AUTO terug naar teksten

Een nieuwe auto is zo gekocht. De oude is van de weg geroofd door de Rijksjagers op schlemielige autootjes. Pas nog geheel met vochtwerende acryl emulsie op roestige plekken doorzocht, de matten verwijderd, het zogenaamde beschermende rubberteer mengsel weggebeiteld.., ja, dagen lang gekrabt en geschuurd. Geen gaatje hoe klein ook ontkwam aan een grondige schraap en slijpbeurt.
Maar daar hebben die gluiperige beulen in hun onberispelijke en met de allernieuwste gereedschappen uitgeruste, luxueus verwarmde garage, niets mee te maken.
Met zijn gummiknuppel arrogant in de schacht van zijn laars bij zijn been gestoken, stapte de jager om zijn jachtbuit. Ik voelde het einde naderen.
Ze zouden zeker wat vinden. Ze zochten iets. En als polities iets zoeken dan vinden ze ook wat.
“Levensgevaarlijk, om hier nog mee rond te rijden” begon hij. “Dat wordt in beslagname en een boete”
Ik haalde adem om nog wat tegen te sputteren. Maar ik liet het zonder enig geluid maar weer weg vloeien, het had geen zin. Ze hadden duidelijk hun zinnen gezet op onze auto.
Eigenlijk waren we hen zo in de armen gereden. We kwamen van het parkeerterrein achter het gerechtsgebouw. Ik had daar nota bene eigenlijk diezelfde dag moeten zijn voor een rechtzaak tegen mij, omdat ik een bekeuring wegens verboden inhalen in Giekerk niet betaald had.
En zij kwamen net in hun spiksplinternieuwe politievolkswagen voorbij. Hélène zag ze nog kijken zei ze.
Even later zag ik in mijn spiegel “Politie stop”. “Ik wist het wel hoor” zei Hélène.