|
Een nieuwe auto is zo gekocht. De oude is van de weg geroofd door de
Rijksjagers op schlemielige autootjes. Pas nog geheel met vochtwerende
acryl emulsie op roestige plekken doorzocht, de matten verwijderd, het
zogenaamde beschermende rubberteer mengsel weggebeiteld.., ja, dagen
lang gekrabt en geschuurd. Geen gaatje hoe klein ook ontkwam aan een
grondige schraap en slijpbeurt.
Maar daar hebben die gluiperige beulen in hun onberispelijke en met
de allernieuwste gereedschappen uitgeruste, luxueus verwarmde garage,
niets mee te maken.
Met zijn gummiknuppel arrogant in de schacht van zijn laars
bij zijn been gestoken, stapte de jager om zijn jachtbuit.
Ik voelde het einde naderen.
Ze zouden zeker wat vinden. Ze zochten iets. En als polities iets zoeken
dan vinden ze ook wat.
Levensgevaarlijk, om hier nog mee rond te rijden begon hij.
Dat wordt in beslagname en een boete
Ik haalde adem om nog wat tegen te sputteren. Maar ik liet het zonder
enig geluid maar weer weg vloeien, het had geen zin. Ze hadden duidelijk
hun zinnen gezet op onze auto.
Eigenlijk waren we hen zo in de armen gereden. We kwamen van het parkeerterrein
achter het gerechtsgebouw. Ik had daar nota bene eigenlijk diezelfde
dag moeten zijn voor een rechtzaak tegen mij, omdat ik een bekeuring
wegens verboden inhalen in Giekerk niet betaald had.
En zij kwamen net in hun spiksplinternieuwe politievolkswagen voorbij.
Hélène zag ze nog kijken zei ze.
Even later zag ik in mijn spiegel Politie stop. Ik
wist het wel hoor zei Hélène.
|